Kapitaalbelasting

Dat er zaken moeten veranderen binnen ons belastingsysteem is duidelijk. Maar over hoe de aangekondigde Taxshift er in detail uit moet komen te zien, daarover liggen de meningen mijlenver uit elkaar. De vermogenswinstbelasting en een algehele verbreding van de kapitaalbelasting is daarbij een belangrijk discussiepunt.

Voor- en tegenstanders

Tegenstanders van een verschuiving van de taks richting vermogen en vermogenswinst zijn van mening dat vermogens in België nu al zwaar belast worden en dat we in verhouding tot het bruto nationaal product (BNP) zelfs op de derde plaats komen, na Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Dit blijkt ook uit cijfers van de OESO (Organisation for Economic Cooperation and Development).

Toch maakte Pascal Saint-Amans, directeur fiscaliteit van OESO, zich tijdens de hoorzittingen eind vorig jaar sterk voor een taks shift in België van arbeid naar kapitaalbelasting. Voor de Commissie Fiscale Hervorming zei hij: “De belasting op arbeid is heel hoog” en “Lonen, ook de zeer lage, worden extreem belast. De belasting op kapitaal is eerder laag.” De Hoge Raad voor Financiën stemt daarmee in en noemt in haar rapport over de Taxshift belasting op vermogensinkomsten als “de belangrijkste marge” voor een verschuiving binnen het belastingstelsel.

Waar komt dit verschil van mening vandaan?

Deze verschillende kijk op de zaken komt naar alle waarschijnlijkheid voort uit een verkeerde interpretatie van de cijfers. Volgens de lijsten van OESO en de Europese Commissie staat België dus op de derde plaats, maar deze lijst geeft uitsluitend de belastingopbrengsten per land weer. Op die basis kan men niet beoordelen hoe hoog de werkelijke belastingdruk is. Daarom worden de belastingopbrengsten uitgedrukt in verhouding tot de grootte van de economie, oftewel het BNP. En dat percentage wordt vaak ten onrechte aangezien voor een belastingtarief.

Daarnaast wordt er in de discussies vaak geen onderscheid gemaakt tussen vermogen en vermogenswinst en ontbreken veelal de cijfers voor successierechten en verkeersbelastingen die volgens de Europese Commissie ook onder kapitaalbelasting zouden moeten vallen. Als we puur kijken naar de lasten op inkomsten uit vermogens staat België juist helemaal onderaan in de ranglijst. Uit OESO rapporten uit 2013 blijkt dat we op de laagste plaats staan als het gaat om taks voor meerwaarde op vastgoed en aandelen en voor wat betreft interesten en dividenden is de belasting ook onder het gemiddelde van de OESO-landen.

Kortom, de cijfers die vaak gebruikt worden, kloppen dus wel, maar dekken niet het hele verhaal en zijn voor een deel de oorzaak van het verschil in mening over verbreding van de kapitaalbelasting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *